Freemasonry
|
After various contacts in the past in different countries I decided in 2003 to become a freemason. In 2004 I became member of the freemasonry lodge number 294: `De Drie Grote Lichten` in Bilthoven thanks to the introduction by Gerard Otten.
I am very grateful too to my `brother` Frits van der Sman of Nobel Films, who produced my personal freemasonry testimonials as you can hear and see above...
In Paramaribo in Surinam I am attached to the freemasonry lodge `De Gouden Driehoek` thanks to the introduction by ir. Hans Hanenberg, Provincial Grand Master in Surinam.
Sometimes I write epigrams about certain subjects like dedicated brothers , rites and rituals. Examples given: nature elements, as created by my `brother` Harry de Bont. So I wrote the following epigrams (including sound !) with some help of my `brother` Ernst van Splunter:
(Thanks to Wikipedia:)
Freemasonry is a fraternal organisation that arose from obscure origins in the late 16th to early 17th century. Freemasonry now exists in various forms all over the world, with a membership estimated at around 5 million, including just under two million in the United States and around 480,000 in England, Scotland and Ireland.[1][2] The various forms all share moral and metaphysical ideals, which include, in most cases, a constitutional declaration of belief in a Supreme Being.[3] The fraternity is administratively organised into Grand Lodges (or sometimes Orients), each of which governs its own jurisdiction, which consists of subordinate (or constituent) Lodges. Grand Lodges recognise each other through a process of landmarks and regularity. There are also appendant bodies, which are organisations related to the main branch of Freemasonry, but with their own independent administration. Freemasonry uses the metaphors of operative stonemasons` tools and implements, against the allegorical backdrop of the building of King Solomon`s Temple, to convey what has been described by both Masons and critics as "a system of morality veiled in allegory and illustrated by symbols."[4][5]
(Dutch text)
Beginselverklaring
Artikel 1
Een vrijmetselaar is een vrij man van goede naam, die is ingewijd in een tot de Orde behorende loge, dan wel in een loge die werkt onder een door de Orde erkende Grootloge. Hij werkt, samen met andere vrijmetselaren, met behulp van symbolen en rituelen aan zijn persoonlijke vorming. Deze symbolen en rituelen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geïnterpreteerd. De gezamenlijke arbeid stimuleert hem ook naar vermogen bij te dragen aan een betere samenleving. De vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als "Opperbouwmeester des Heelals". De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.
Artikel 2.
Vrijmetselarij wordt beoefend in plaatselijke verenigingen, loges genaamd. Vrijmetselaren betrachten verdraagzaamheid en streven naar harmonie; mede daardoor kunnen de loges ontmoetingsplaatsen zijn voor mannen met uiteenlopende achtergronden, levensbeschouwingen en inzichten. De gezamenlijke arbeid leidt tot beleving van verbondenheid van alle vrijmetselaren. Deze verbondenheid wordt broederschap genoemd.
Artikel 3.
De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden is het organisatorisch verband waarbinnen de voorwaarden worden geschapen om vrijmetselarij te kunnen beoefenen in de traditie waarin zij dat sedert haar oprichting heeft gedaan.
Artikel 4.
De Orde eist van haar leden gehoorzaamheid aan de wetten des lands zolang en voor zover die wetten geen beperkingen inhouden van de vrijheid van meningsuiting en vereniging.
Artikel 5.
De Orde onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met door haar erkende Grootloges in het buitenland. Mede hierdoor zorgt zij ervoor dat haar leden ook daar kunnen werken, zodat de broederketen de gehele wereld omspant.